White temple, blue temple, black house en nog meer

25 november 2018 - Chiang Rai, Thailand

Om 3 uur stappen we in de bus naar Chiang Rai waar we om half 7 aankomen. Deze keer een prima bus en dus ook een prima reis, niet zo lang deze keer.

We nemen een tuktuk naar Baan Baramee Guesthouse waar we de komende 3 nachten zullen blijven. He, gezellig, weer een hostel, heeft toch net een andere uitstraling dan een hotel, gezelliger. Onze kamer is ruim genoeg en schoon en ook de badkamer ziet er prima uit. We ploffen op ons bed en.... ai.... tjeempie, wat een keiharde krengen. Een plank is hierbij vergeleken nog zacht. Nou ja, we moeten het er mee doen.

Het hostel ligt in een rustig zijstraatje van het centrum, perfecte ligging. Eerst maar eens de stad verkennen. We eten in een superklein thais restaurantje, heel gezellig en vooral heel lekker. 

Als we langs een reisbureautje lopen gaan we gelijk maar een tour boeken voor morgen. En omdat ik op internet niet echt een busverbinding met Sukhothai kan vinden vragen we dat ook gelijk maar even na. Oh zegt de man van het reisbureau, er gaat alleen een bus op maandag en op woensdag daarheen. Nou... dat is niet zo mooi, morgen is het woensdag en wij willen graag vrijdag vertrekken. Kunnen we niet een minivan huren of zo? Ja dat kan wel maar dat is erg duur, ik denk zo'n beetje 9000 bath. Hmm... laat dat dan maar zitten, dat vind ik veel te duur. Vraag het voor de zekerheid nog ff na bij het busstation zegt hij. Dat doen we dan overmorgen maar. Morgen eerst genieten van onze rondleiding.

We hebben net een prima ontbijt achter de kiezen als het busje voor komt rijden. Onze gids voor vandaag is een vriendelijke knul die gedurende de dag een prima informatiebron blijkt te zijn. We brengen de dag door met een chinees echtpaar (dat geen woord engels spreekt) en hun dochter (die uitzonderlijk goed engels spreekt), aardige mensen.

Allereerst bezoeken we Wat Rong Khun, beter bekend als the white temple. Deze tempel is compleet anders dan andere tempels in Azië. In 1997 is men begonnen met de bouw en hij is nog lang niet klaar (men verwacht dat dat nog 90 jaar gaat duren). Zoals de naam al doet vermoeden is de tempel helemaal wit, dit om de reinheid van Boeddha weer te geven. Om de tempel te bereiken moet je over een smalle brug (er kan maar 1 persoon tegelijk overheen) die over de "put van de hel" is gebouwd waaruit vele mensenhanden omhoog steken. 

De tempel is ontzettend mooi. Heel apart en een van de mooiste dingen die ik ooit gezien heb. Eenmaal binnen blijkt de hoofdtempel helemaal niet zo groot te zijn. Helaas is het verboden om foto's te nemen. Er zit een grote Boeddha en de muren zijn beschilderd met moderne schilderingen zoals raketten, flatgebouwen, spiderman, superman, minions, Michael Jackson, Elvis Presley en nog veel meer. Te veel om op te noemen. De architect heeft deze tempel ontworpen om het teruglopende tempelbezoek onder jongeren tegen te gaan.

Van buiten waanzinnig mooi en van binnen ook. Heel, heel erg onder indruk lopen we weer naar buiten al pratend hoe mooi we dit vinden. Dan zegt er een man tegen me: Vind je dat echt? Ik vind het vreselijk. Het lijkt de Efteling wel.... Dat mag u natuurlijk vinden maar wij vinden het echt supermooi..... De dochter van de man is het met ons eens maar hij blijft bij zijn standpunt. Zo zie je maar weer, wat de een fantastisch vind, vind de ander helemaal niets. Mij maakt het niet uit, ik heb zelden zoiets moois gezien.

Dan gaat de rit naar Wat Rong Suea Ten, the blue temple. Die kan eigenlijk geen indruk meer maken (denken we) na deze witte tempel. Maar dat doet ie wel. Hoewel deze tempel niet in de buurt komt bij de pracht van de witte tempel is hij toch ook zeer de moeite waard. Prachtig kunstwerk in het blauw met binnen een witte Boeddha temidden van enorm mooie blauwe muurschilderingen. Deze tempel begon men 15 jaar geleden te bouwen en hij is vorig jaar afgekomen, behalve wat schilderwerk bij de poort. Onze gids vertelt dat ze dat eigenlijk een beetje expres doen. Het kost veel geld om zo'n tempel te bouwen en te onderhouden en toeristen zijn geneigd meer geld te geven als een tempel nog niet helemaal klaar is. Uitgekookt.

Op naar Baan Dam, the black house. Men noemt dit de tegenhanger van the white temple wat eigenlijk nergens op slaat omdat het een museum is en geen tempel. Neemt niet weg dat het een indrukwekkend geheel is, zo'n enorm zwart huis dat er wel een beetje uitziet als een tempel. Binnen zie je kunst in het (meest) zwart.

Volgens de gids wilde de schepper van deze kunst en het zwarte huis als kind al schilder worden. Dat mocht hij niet dus liep hij weg van huis op 15 jarige leeftijd. Hij leefde in Bangkok op straat en maakte zwarte tekeningen met houtskool die hij ruilde voor eten. Na 2 jaar begon hij zijn tekeningen te verkopen voor geld tot hij genoeg had om de school te kunnen betalen. Later studeerde hij een aantal jaar in Amsterdam en keerde daarna terug naar Chiang Rai waar hij the black house bouwde.

Het huis met zijn bijgebouwen (alles zwart) is mooi om te zien. Zijn kunst vind ik niks aan. We komen de nederlandse man en zijn dochter weer tegen en hij vind dit geweldig. Haha, grappig hoor.

Nu staat een bezoek aan de longneks op het programma. Eigenlijk willen wij daar niet heen. De chinezen gelukkig ook niet dus dat skippen we. Als we bij de lunch de nederlanders weer tegenkomen vertellen zij dat ze het vreselijk vonden om daar heen te gaan. Pure verkooptechniek voor toeristen, heel ongemakkelijk want je voelt je haast verplicht om iets te kopen. Ik ben zoooo blij dat wij daar niet geweest zijn.

We bezoeken een theeplantage, niet erg indrukwekkend. Daarna naar een apengrot. Iedereen krijgt een stok mee om de apen van zich af te slaan die erg agressief blijken. Je kan 266 traptreden op om een grot te bekijken maar de gids raadt dat af. Wil je toch dan mag je nergens stil blijven staan vanwege de apen. Nou laat maar dan.

Op naar Mae Sai, scorpion mountain. Hier zie je de grensrivier tussen Myanmar en Thailand. Daarna de Golden triangle, het drielandenpunt van Thailand, Myanmar en Laos. 

Nu naar het opiummuseum waar wij niet direct heen hoeven. Onze chinese medereizigers ook niet dus bekijken we alleen een hele grote gouden Boeddha die daar zit. Als laatste stoppen we in Chiang Saen, een tempelruïne, ook niet erg indrukwekkend.

Hoogtepunten van de dag zijn voor ons the white temple, the blue temple en the black house. De rest had voor ons niet gehoeven. Maar we hebben toch een erg leuke dag gehad.

We eten weer op de nightmarket. Dat is zo gezellig, lekker eten met leuke life-muziek. Lekker singha biertje erbij en een kaartje leggen. Heel vermakelijk.

De volgende morgen eerst naar het busstation. Gelukkig gaat er gewoon een bus naar Sukhothai en kunnen we een kaartje kopen. Morgenochtend om half 11 vertrekken we en dan komen we om 18.00 uur aan. En het kost weer geen drol, 462 bath (nog geen €12.00) voor ons tweetjes. Pak van mijn hart dat dat geregeld is. We krijgen weer een papiertje volgekrabbeld met tijden mee. Morgenochtend moeten we dat omruilen voor een echt kaartje.

We kijken nog een tempeltje en dan gaan we de clocktower bekijken. De goudgekleurde klokkentoren staat in het midden van een rotonde en hoewel goed te zien is dat hij van dezelfde architect is als die van de witte tempel, is het een verschrikkelijk lelijk ding. He.. hallo. De nederlander met zijn dochter. Wat vindt je hiervan?... Laat ik het zo zeggen, ik heb er een foto van gemaakt.... Ik vind hem foeilelijk.... Dan zijn we het deze keer met elkaar eens. Haha, groetjes en goede reis verder.

We gaan een drankje doen in het kattencafe. Dat is zo grappig. Een cafe waar wel 20 katten rondlopen, liggen te slapen, eventjes bij je komen kijken of op schoot klimmen. Heel bijzonder ook weer dit.

In de middag laten we ons maar eens masseren. We zijn tenslotte in Thailand. Vanavond nog een avondje op de nightmarket doorbrengen. Nog 1 nacht op de keiharde bedden waar we overigens totaal geen last van hebben en dan verlaten we Chiang Rai alweer. Super toeristisch maar sfeervol stadje. We hebben ons ook hier weer prima kunnen vermaken.